Wanneer een stichting oprichten?

Een stichting wordt opgericht om een bepaald doel te realiseren, met behulp van een vermogen. U kunt een stichting Ė net als andere rechtspersonen Ė slechts oprichten bij notariŽle akte. Een rechtspersoon is iets anders dan een ďnatuurlijk persoonĒ. Natuurlijke personen zijn individuele mensen. Als volwassene bent u bevoegd om rechtshandelingen te doen, bijvoorbeeld het kopen van een auto. Een rechtspersoon heeft diezelfde bevoegdheden, maar is zelf geen mens. De rechtspersoon Ė in dit geval de stichting Ė wordt vertegenwoordigd door daartoe aangewezen bestuurders, die zijn ingeschreven in het Handelsregister bij de Kamer van Koophandel.

In de oprichtingsakte van een stichting worden statuten vastgelegd. Daarin staat de naam van de stichting, de plaats van vestiging in Nederland, de manier waarop bestuursleden benoemd en ontslagen worden en de bestemming van overgebleven geld en goederen als de stichting ophoudt te bestaan. En, heel belangrijk, ook het doel van de stichting moet in de statuten worden omschreven. Dat mag van alles zijn, zolang het maar niet inhoudt dat er uitkeringen worden gedaan aan oprichters, bestuurs- en commissieleden. Aan derden mogen alleen uitkeringen worden gedaan als die ideŽel of sociaal van aard zijn.

Als u bestaande statuten wilt wijzigen, is ook daarvoor een notariŽle akte nodig.

Belangrijke kenmerken van de stichting

  1. U kunt ook in uw testament bepalen dat na uw overlijden een stichting moet worden opgericht. Bijvoorbeeld om een fonds uit (een deel van) uw nalatenschap in te stellen dat uitkeringen moet doen met een sociaal of ideŽel doel.
  2. Het enige verplichte orgaan van de stichting is het bestuur. Meestal bestaat dat uit een voorzitter, secretaris en penningmeester. Het bestuur kan andere organen instellen, zoals commissies.
  3. Totdat de stichting in het Handelsregister van de Kamer van Koophandel is ingeschreven, is elke bestuurder persoonlijk aansprakelijk voor rechtshandelingen van de stichting, zoals het aankopen van goederen.
  4. Na inschrijving in het handelsregister zijn bestuurders niet meer aansprakelijk voor schulden van de stichting. Behalve als er sprake is van - verwijtbaar - onbehoorlijk bestuur.
  5. De stichting kan werknemers in dienst hebben.
  6. Een stichting wordt ontbonden als de statuten dat voorschrijven, als de stichting failliet gaat of als de rechter dat gelast. Het bestuur kan ook zelf tot ontbinding besluiten, meestal zijn de voorwaarden daarvoor in de statuten geregeld.
  7. Een stichting heeft geen leden, maar kan wel donateurs hebben.


Meer informatie?

Wilt u meer weten over dit onderwerp? Vul dan hier ons contactformulier in. Wij nemen zo spoedig mogelijk contact met u op.